Wat je beter niet kunt zeggen tegen iemand in rouw (en wat dan wel)

Wat je beter niet kunt zeggen tegen iemand die een dierbare heeft verloren (en wat dan wel)

Iemand in je omgeving heeft een dierbare verloren. Je komt hem tegen, wilt bellen of iets schrijven. Maar wat in vredesnaam moet je zeggen? Het kan zo ongelooflijk ongemakkelijk voelen.

Wat moet je doen, wat moet je zeggen? En wat absoluut niet? Ik help je op weg.

Niet doen

Absoluut verboden: niets zeggen

Hoe ongemakkelijk je je ook voelt, vermijd de ander en het onderwerp niet. Hoe lastig jij het ook mag vinden om erover te beginnen, jouw ongemak is niets in verhouding met hoe ellendig de ander zich voelt.Get over it, en doe iets.

Wees je ervan bewust dat ‘sterkte’ en ‘gecondoleerd’ niet zo veel zeggen.

‘Nou, sterkte ermee hé!’ (met die wuivende hand) zou je misschien niet zo snel zeggen omdat je zelf ook al aanvoelt dat je de ander dan aan zijn lot overlaat. Maar ‘sterkte’ is eigenlijk niet veel beter. Wat koopt de ander daar nou van, wat moet hij daar nou mee?

‘Gecondoleerd’ is in de basis een heel mooi woord. Het betekent namelijk ‘ik deel je pijn’. Maar in de praktijk kan het voelen alsof je je er gemakkelijk van afmaakt. (‘Oef, dat actiepunt heb ik ook afgeturfd. Nu snel doorlopen!’)

Als je de nabestaande niet goed kent en echt niets anders kunt bedenken, is het wel beter dan niets, maar ´sterkte´ en ´gecondoleerd´ zijn wel een beetje zwakteboden.

Zeg niet zomaar: ‘Je mag me altijd bellen’ of ‘Als ik wat voor je kan doen, moet je het zeggen’.

Daarmee leg je het initiatief namelijk bij de rouwende. Maar die heeft genoeg aan zijn hoofd, en eigenlijk nergens puf voor. En misschien wil hij je wel bellen, maar dan midden in de nacht. Heb je dan je telefoon aan, en neem je dan echt op? Kortom: meen je wel wat je zegt? En als je echt begaan bent (wat je misschien wel bent), waarom bel je dan niet zelf? Waarom bedenk je niet zelf waar de ander behoefte aan zou kunnen hebben, en bied je dat niet actief aan?

Verwacht geen initiatief van iemand die net een dierbare verloren heeft. Alles kost hem of haar honderd keer zoveel energie als jou. Er is geen puf om om hulp of aandacht te vrágen, terwijl die vaak wel gewaardeerd wordt.

Absoluut niet doen 

Probeer niet de pijn te verzachten met relativerende uitspraken als: 

Pas op! Blunderalarm!

Zinnen die beweren dat er sprake is van mazzel:

  • Hij was al boven de tachtig, dat haalt niet iedereen.
  • Gelukkig heeft ze niet geleden.
  • Gelukkig hebben jullie samen mooie jaren beleefd.
  • Gelukkig wonen je kinderen dichtbij.
  • Gelukkig heb je mooie herinneringen.
  • Gelukkig ben je nog jong; je komt wel weer aan de man.
  • Jij had tenminste een goede band met je moeder.

Zinnen die uitstralen dat het wel meevalt:

  • Maar ze was toch al dement?
  • Ze was wel erg ziek hé.

Zinnen die het goedpraten:

  • Je wordt er sterker van.
  • Het moest zo zijn.
  • Dingen gebeuren met een reden.
  • Alles wat in de natuur gebeurt, is goed.

Degene tegenover je is gewoon ontzettend verdrietig. Daar kan geen ge-rationaliseer tegenop. Laat ruimte voor de pijn en respecteer daarmee de ander zijn verdriet. Wuif het niet weg met goedbedoelde geruststellingen.

Hoe zou jíj het vinden als je kind overleden was, en iemand zei: ‘Maar je hebt er toch nóg twee?

Zeg niet of straal niet uit: ben je er nou nóg niet overheen?

Voor iemand die rouwt, gaat de tijd heel anders. Jouw leven gaat gewoon door, maar voor de ander is het leven even stil komen te staan. Iedereen heeft zijn eigen manier en ritme van de dood verwerken, daar kun je als buitenstaander niets over zeggen.

Geef de mensen de ruimte om hun verhaal te vertellen, soms tot vervelens toe. Het is voor een nabestaande belangrijk om steeds weer te vertellen wat er gebeurd is en wat dat voor gevoelens op wekt. Het gaat niet om feiten, maar om gevoelens.

Wees voorzichtig met vergelijken.

Haal niet, of niet te snel, en zeker niet teveel, je eigen ervaringen erbij. Wees heel voorzichtig met het vergelijken van verdriet en uitspraken doen als ‘dat ken ik’ of ‘ik snap wat je bedoelt’. Het kan voor de ander prettig zijn om te weten dat hij niet alleen is in de ervaring. Het risico is echter dat je de aandacht naar jou verlegt terwijl het juist over de ander gaat. Bovendien heeft iemand in rouw eigenlijk helemaal geen ruimte in het hoofd voor andermans verhaal. Dat komt wel weer, maar nu even niet.

Wel doen

Benoem het als je niet weet wat je moet zeggen.

Als je niet weet wat je moet zeggen, zég dat dan. Je bent dan gewoon eerlijk over je onmacht, en je geeft aan dat je wel iets zou wíllen zeggen. Dat is al heel wat.

Neem zelf initiatief (ook om erover te praten).

Bel af en toe. Of stuur een appje. Laat weten dat je aan de ander denkt.

Blijf af en toe iets gezelligs voorstellen (koffie drinken, wandelingetje maken) of je hulp aanbieden(auto wassen, oppassen, maaltijd koken). De ander geeft wel aan als hij niet wil. (Let op: niet gekwetst zijn als het antwoord nee is!)

Neem ook zelf het initiatief om het over de overleden persoon te hebben. Denk niet ‘ik begin er maar niet over want dan herinner ik haar eraan en ze is net zo vrolijk’. Die persoon hoeft er echt niet aan geherinnerd te worden dat haar dierbare overleden is; ze draagt dat verdriet permanent bij zich! Als ze er niet over wil praten, geeft ze het zelf wel aan. Grotere kans dat ze je dankbaar is dat je erover begint omdat ze, omgekeerd, jou niet met haar verhaal lastig wil vallen.

Stel je ‘naast’ de ander op.

Ga niet de wijsneus uithangen met mooie theorieen over bijvoorbeeld de vijf stadia van rouwverwerking.Probeer ook niet per se de ander te troosten. Stel je als gelijke op en geef ruimte voor wat er is. Ga bijvoorbeeld naast de ander zitten en zeg een minuut lang niks. Of huil mee als je ook verdrietig bent.

Haal samen herinneringen op aan de overledene.

Als je de overledene ook hebt gekend, is het heel fijn voor de nabestaande om te weten dat jij ook om die persoon gaf. Vertel jouw herinneringen aan de overledene, bijvoorbeeld wat je zo mooi of bijzonder vond aan hem of haar.

Tot slot: Wees langdurig attent

Rouwen duurt lang. Langer dan mensen waarvan het leven gewoon doorgaat, doorhebben. Sta af en toe stil bij de ander en diens verdriet. Dat is niet twee weken na de uitvaart voorbij.

Bedenk ook dat elk jaar feestdagen, verjaardagen en de dagen rond de sterfdag moeilijk zijn. Noteer daarom de precieze sterfdag van de dierbare van je vriend of vriendin in je agenda en probeer trouw van je te laten horen. Bel, app, stuur een kaartje of breng een bloemetje langs. Het zal nooit géén goed doen.

Het belangrijkste? Doe je best, maar besef dat je geen idee hebt wat de ander meemaakt.

Je hebt pas een idee van wat de ander doormaakt, als je het zelf hebt meegemaakt. En zelfs dan geldt: iedereen beleeft verdriet op zijn eigen manier. Het beste is dus om nederig te zijn maar wel te blijven proberen. Iets doen is altijd beter dan niets, zeker als je laat weten dat je je beperkingen kent.

Als je de blunders hierboven achterwege laat, zullen je goede bedoelingen gezien worden. En wie weet… doe je ook wel iets goed.

Dus:

Iemand om je heen heeft een dierbare verloren.

Niet doen:

  • Absoluut verboden: de persoon of het onderwerp vermijden.
  • ‘Sterkte’ en ‘gecondoleerd’ zeggen en dan denken dat je heel veel gezegd hebt.
  • Het initiatief om hulp te vragen bij de ander leggen.
  • De pijn proberen te verzachten met uitspraken die beweren dat er sprake is van mazzel, dat het wel meevalt, of die het overlijden goedpraten.
  • Ongeduldig worden als de ander lang verdrietig is.
  • Het verdriet van de ander zomaar vergelijken met je eigen ervaringen.

 Wel doen:

  • Zeggen als je niet weet wat je moet zeggen.
  • Zelf het initiatief nemen om te bellen, te helpen, en om over de overledene te praten.
  • Je als een gelijke opstellen. (Niet de wijsneus uithangen.)
  • Samen herinneringen op aan de overledene ophalen.
  • Langdurig attent zijn, zeker rond de sterfdag.
  • Je best doen, maar besef dat je geen idee hebt wat de ander meemaakt.

Stap uit je comfortzone en zet’m op.

Heb je hier wat aan?

Vind je dit nuttige tips, mis je iets of ben je het er niet mee eens? Laat hieronder een reactie achter. Je medelezers en ik zijn benieuwd naar je verhaal. (Je mag me natuurlijk ook mailen of bellen.)


Citaat

van de Australische onderzoeker in de sociale psychologie
en beststeller auteur  Hugh MacKay 

I actually attack the concept of happiness. The idea that—I don’t mind people being happy—but the idea that everything we do is part of the pursuit of happiness seems to me a really dangerous idea and has led to a contemporary disease in Western society, which is fear of sadness. It’s a really odd thing that we’re now seeing people saying “write down three things that made you happy today before you go to sleep” and “cheer up” and “happiness is our birthright” and so on. We’re kind of teaching our kids that happiness is the default position. It’s rubbish. Wholeness is what we ought to be striving for and part of that is sadness, disappointment, frustration, failure; all of those things which make us who we are. Happiness and victory and fulfillment are nice little things that also happen to us, but they don’t teach us much. Everyone says we grow through pain and then as soon as they experience pain they say, “Quick! Move on! Cheer up!” I’d like just for a year to have a moratorium on the word “happiness” and to replace it with the word “wholeness.” Ask yourself, “Is this contributing to my wholeness?” and if you’re having a bad day, it is.


Boekentip die ik kreeg terwijl ik dit artikel schreef

In dit prachtige voorleesboek van het Gouden Penseel- en Zilveren Griffel-duo Bette Westera en Sylvia Weve staat één thema centraal: de dood. Samen tackelen zij dit onderwerp, dat niet alleen voor kinderen lastig en ongrijpbaar is. Met haar herkenbare taalgebruik en subtiele luchtigheid weet Westera in haar gedichten een geheel nieuwe dimensie aan de verschillende facetten van de dood te geven. Hoe erg je iemand kunt missen die er niet meer is, waarom ook jonge mensen sterven, en waar iemand naartoe gaat als hij dood is – het komt allemaal aan de orde. Maar bovenal tonen Westera’s gedichten, in samenspraak met de bijzondere illustraties van Weve, dat doodgaan bij het leven hoort en daarom eigenlijk doodgewoon is.

Contact

Sophie Looijestijn
Moment van Betekenis
 
sophie-profielfoto-rond
071 833 0008
sophie@momentvanbetekenis.nl